Ons vaargebied

Wanneer de Neerlandia niet op de Oostzee is, vaart zij op de Nederlandse binnenwateren. Hier worden de prachtigste oude havens langs het IJsselmeer aangedaan of zeilen we naar één van de schitterende Waddeneilanden.
Meestal vertrekt de Neerlandia in de eerste week van mei naar de Oostzee.
Deze reis begint in Enkhuizen en we varen over het IJsselmeer richting Waddenzee.
Als we eenmaal voorbij de eilanden zijn, zitten we op de Noordzee en varen we dag en nacht door. Dit betekent, dat er wachten gelopen worden.
De eerste stop zal in het algemeen bij de sluizen van Brünsbüttel zijn. Dit is de ingang van het 100 kilometer lange Noord-Oostzeekanaal dat uitkomt in Kiel.

Eenmaal op de Oostzee aangekomen, is Kappeln de thuishaven van de Neerlandia. Kappeln is een centraal gelegen stadje aan de westkust van de Oostzee, die tussen Duitsland en Denemarken ligt en een fantastisch vaargebied voor de Neerlandia is: zij heeft hier de ruimte om goed te zeilen en veel te manoeuvreren.
 

Voor de verschillende weertypes is er met goed weer de open zee; met harde wind kan men de beschutting van een baai opzoeken.
Met zijn vele eilandjes is Denemarken een land waar je na vele jaren nog steeds nieuwe plekjes kunt ontdekken.
Met de Neerlandia kunnen we, vanwege haar geringe diepgang, ook bij de kleine idyllische havenstadjes komen om daar heerlijk te zwemmen, barbecuen of een kampvuur te maken en naar stoere verhalen te luisteren.

Rond half september vaart de Neerlandia weer terug richting Nederland, om daar dan weer op het IJsselmeer en het Wad te zeilen.

Voor veel schepen zit eind oktober het vaarseizoen er op, maar de Neerlandia vaart ook in de winter door op het IJsselmeer.
Mede door de rust die daar dan in de havens heerst, is het IJsselmeer ook in de wintermaanden een prachtig vaargebied.